Laatste Nieuws

 

Asscher: “Pak ongezonde werkdruk aan

Ik zie de aanpak van psychosociale arbeidsbelasting als één van de grote uitdagingen waar we de komende jaren voor staan. Om te voorkomen dat mensen ziek worden van de werkdruk. Om te zorgen dat mensen gezond, en met plezier, door kunnen blijven werken.

Dat zei minister Asscher op de eerste bijeenkomst van het Forum Gezond en Veilig Werken. Het forum wordt door het ministerie georganiseerd. Werkgevers en werknemers, deskundigen en verzekeraars wisselen hier ervaringen uit. Op de bijeenkomst presenteerde de minister cijfers uit de nieuwste Arbobalans, die TNO in opdracht van het ministerie heeft gemaakt.

Uit onderzoek van TNO blijkt dat vier op de tien werknemers in Nederland het gevoel hebben veel te moeten doen en erg snel te moeten werken. Ruim één op de acht werknemers heeft last van burn-outklachten. Werkdruk wordt door werknemers en werkgevers het meest genoemd als achterliggende oorzaak van ziekteverzuim door het werk. De minister pleit voor een brede aanpak van het psychosociale arbeidsbelasting: “Niet alleen met maatregelen uit Den Haag, maar vooral met aanpassingen op de werkvloer.

 

Aandeel flex fors gegroeid

Het aandeel werknemers met een flexibele arbeidsrelatie is toegenomen van 12 procent (2001) tot 16 procent (2012) van de werkzame beroepsbevolking. De toename komt vooral door het hogere aandeel werknemers met een tijdelijk contract met uitzicht op een vast dienstverband en oproepkrachten. Het aandeel zelfstandigen zonder personeel is toegenomen van 7 procent naar 10 procent van de werkzame beroepsbevolking. Dit blijkt uit de publicatie Dynamiek op de Nederlandse Arbeidsmarkt: De focus op flexibilisering, een uitgave van het CBS en TNO.

Werknemers met een flexibele arbeidsrelatie stromen vaker uit naar werkloosheid of inactiviteit en wisselen vaker van werkgever dan werknemers met een vaste arbeidsrelatie. De verschillen in baanzekerheid tussen verschillende soorten flexibele arbeidsrelaties  zijn groot. Van de werknemers met een tijdelijk contract met uitzicht op een vast dienstverband is tussen 2011 en 2012 slechts 12 procent uitgestroomd naar inactiviteit of werkloosheid, 15 procent wisselde van werkgever. Bijna de helft heeft een jaar later een vaste arbeidsrelatie bij dezelfde  werkgever. Een derde van de oproepkrachten is werkloos geworden of werkt niet meer, een op de vijf is van werkkring gewisseld. Toch heeft ook een op de acht oproepkrachten in de periode 2007-2010 onafgebroken in dezelfde baan gewerkt.

Werknemers met een flexibele arbeidsrelatie hebben niet alleen te kampen met minder baanzekerheid, ze hebben ook vaak te maken met een hoge werkdruk en weinig autonomie op het werk.  Hierdoor lopen zij meer gezondheidsrisico’s en hebben zij meer problemen met de inzetbaarheid dan werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Bovendien hebben werknemers met een flexibele arbeidsrelatie op hun werk minder leer- en ontwikkelmogelijkheden. Meer dan een half miljoen werkenden combineert meer dan één baan.

Ongeveer driekwart van de zelfstandigen zonder personeel biedt eigen arbeid aan, een kwart verkoopt producten. De eersten zijn jonger, hoger opgeleid en werken minder uren en waren voor hun start als zzp’er vaak werknemer. Als zij als zzp’ers stoppen gaan ze meestal aan de slag als werknemer. Startende zzp’ers die producten verkopen waren eerder vaker niet werkzaam en als zij stoppen stromen zij vaker uit naar werkloosheid of inactiviteit.

Ook in het onderwijs werken veel flexibele krachten. De UNIENFTO is hier niet blij mee. Voorzitter Jan van den Dries: ”Het is niet goed voor de zekerheid van die mensen zelf, maar ook niet voor de vaste krachten die hun werkdruk vaak zien stijgen naarmate er meer flexkrachten in hun omgeving werken”!

Geef de VO-Raad rood!

Op 15 mei kreeg de VO-raad een mega-grote rode kaart van de gezamenlijke onderwijsbonden. “Met deze prikactie willen we laten zien dat de werkgevers onze cao-voorstellen serieus moeten nemen”, zeggen de bonden, waaronder de FvOv / UNIENFTO. Tegelijkertijd is de actiesite de lucht in gegaan, waarmee onderwijspersoneel de VO-raad een digitale rode kaart kan sturen. 

 

Stuur zelf via de actiesite een rode kaart!

 

 

 

Inflatie zakt naar 2,6 procent

De inflatie is in april gedaald naar 2,6 procent. De afgelopen zes maanden is de inflatie niet zo laag geweest. In maart waren de prijzen voor consumenten gemiddeld nog 2,9 procent hoger dan een jaar eerder. Dit blijkt uit cijfers van het CBS. De inflatie daalde vooral door goedkopere benzine. De prijsontwikkeling van voedingsmiddelen had ook een verlagend effect op de inflatie. De inflatie in Nederland volgens de Europees geharmoniseerde methode is gedaald van 3,2 procent in maart naar 2,8 procent in april. Dat is nog steeds ruim boven de inflatie in de eurozone. Deze daalde in april met 0,5 procentpunt naar 1,2 procent, het laagste inflatieniveau in de eurozone sinds februari 2010.

 

Zorgen om arbeidsrisico ‘Werkdruk

De MHP maakt zich grote zorgen om de toenemende werkdruk onder werknemers. Juist in de publieke sectoren (openbaar bestuur, gezondheidszorg en onderwijs) worden psychosociale arbeidsomstandigheden – waaronder werkdruk – meer dan gemiddeld gezien als belangrijk arbeidsrisico.

Te hoge werkdruk leidt tot het onder druk zetten van de mentale gezondheid van de werknemers. Bij werkdruk is er kort gezegd een disbalans tussen het werk en de regelmogelijkheden van een werknemer. Een slechte werk-privé balans ligt hier vaak als één van de oorzaken aan ten grondslag. Ook te weinig aandacht voor en kennis over het probleem bij leidinggevenden is een aandachtspunt. Werknemers zijn vaak bang om bij hun leidinggevende of werkgever aan te kloppen als zij een te hoge werkdruk ervaren, waardoor uitval van de werknemers (met hoge kosten voor de werkgever) op de loer ligt. Anderzijds durven werkgevers bij het vermoeden dat een werknemer te maken heeft met een disbalans, ook vaak geen toenadering te zoeken tot de werknemer om het te bespreken of hecht de werkgever hier (nog) onvoldoende waarde aan.

De MHP is van mening dat er op korte termijn een effectiever beleid voor mentale gezondheidsbevordering op de werkvloer moet komen, inclusief de aanpak van werkdruk als prioritair arbeidsrisico. In Nederland is er ontzettend veel kennis beschikbaar over psychosociale arbeidsrisico’s. ‘Het is een groot winstpunt dat alle partijen (werknemers, werkgevers en overheid) het probleem erkennen’, echter we zijn er nog niet, aldus MHP-beleidsmedewerker Klaartje de Boer. Er zijn veel interventies ontwikkeld in de afgelopen jaren. Deze sluiten echter niet altijd aan op de specifieke behoefte van een werknemer of een sector waar de werkdruk te hoog is. Het loopt nu (vaak) spaak op het implementeren en het inbedden van een concrete aanpak op de werkvloer, die zowel toegesneden is op kleine als grote werkgevers en hun werknemers.

Hier ligt in de komende tijd de uitdaging waarbij er nu al kan worden begonnen met aandacht voor werkdruk in de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en de Arbocatalogi van een bedrijf(stak). 

Welkom op de website van de UNIENFTO

De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele en onderwijskundige belangen van haar leden. Die leden zijn voor het overgrote deel werkzaam in de beroepskolom en het voortgezet onderwijs. Bovendien heeft de UNIENFTO leden die werkzaam zijn bij de kenniscentra beroepsonderwijs-bedrijfsleven. De UNIENFTO heeft zowel leden onder het onderwijzend personeel als onder het onderwijsondersteunend personeel. De UNIENFTO is lid van de CMHF (Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen) en via die CMHF van de vakcentrale MHP.